zaterdag 20 september 2008

Exclusief bezoek aan bestuurs- annex trofeekamer

De bestuurskamer van Pro Vercelli
Voor een klein oud stenen gebouwtje naast de hoofdtribune van het stadion wacht een man ons op. Hij begroet ons hartelijk en stelt zich voor als een bestuurslid van de club. Samen lopen we naar binnen en al snel blijken we in het hart van de mythe te zijn aanbeland. Het oude clubgebouw straalt van binnen een en al historie uit. De trofeekamer, die we even later binnenstappen, doet tevens dienst als bestuurskamer. De enorme bestuurstafel domineert de achterste helft van de zaal. De wanden zijn behangen met oude foto’s in grote lijsten. Aan weerszijden van de zaal staan vele bekers en andere memorabilia uit vervlogen tijden uitgestald. Op de vloer liggen prachtige oude geblokte plavuizen, in zwarte en grijs-witte tinten. Een imposante rij zilverwerk staat opgesteld in de zaal. Het bestuurslid leidt ons rond en stopt bij een foto met daarop een elftal in witte shirts. Hij vertelt ons vol trots dat het nationale elftal van Italië zijn eerste interland in witte shirts speelde als hommage aan het grote Pro Vercelli. Pro Vercelli was zelfs zo dominant in het Italiaanse voetbal dat negen spelers van de club in het nationale elftal werden opgesteld voor de interland tegen België die op 1 mei 1913 werd gespeeld. Italië won deze wedstrijd met 1-0 dankzij een goal van Guido Ara. Na afloop van de wedstrijd werd in Vercelli een telegram bezorgd met de tekst: “Pro Vercelli batte Belgio 1 a 0.” Het bewuste telegram hangt ingelijst naast de elftalfoto.

Een trofeekast in de bestuurskamer
Doelpuntenmaker Guido Ara belichaamde het succes van Pro Vercelli in één persoon. Ara werd op 28 augustus 1888 in Vercelli geboren en was de enige die alle zeven landstitels met Pro Vercelli won. Als wondermiddenvelder won hij de eerste vijf scudetti en hij speelde tevens in het team dat de titel in 1921 won. Het seizoen daarop sleepte hij het landskampioenschap binnen als debuterend trainer. Tussen 1908 en 1921 speelde hij 168 wedstrijden voor Pro Vercelli en maakte zeven doelpunten. Bovendien is hij de speler die in dienst van Pro Vercelli de meeste interlands speelde: dertien caps en één goal. Op de enorme portretcollage die voor onze neus hangt, prijkt hij bovenaan de lijst van alle Pro Vercelli-internationals.
“Wie is uw favoriete speler in de historie van Pro Vercelli?”, vraag ik het bestuurslid, hopend op een vurig pleidooi voor Ara, Bertinetti, Milano, Rosetta of Piola.
“Massimo Carrera”, is zijn verrassende antwoord. Hoewel Carrera terug kan blikken op een prachtige carrière in het Italiaanse voetbal, is hij er de laatste twee seizoenen bij Pro Vercelli niet in geslaagd een prestatie van formaat neer te zetten. “Met hem kan ik goed opschieten. Hebben jullie op de tentoonstelling in de stad trouwens het portret van oud-voorzitter Bozino gezien?”, vraagt het bestuurslid. “Bozino was advocaat van beroep, net als ik.”

We laten deze toevalligheid voor wat het is en vragen hoe de club er vandaag de dag voorstaat. Dit weekend kan Pro Vercelli de eerste overwinning in de competitie boeken en dat is broodnodig ook. Met twee behaalde punten uit drie wedstrijden verkeert de zevenvoudige landskampioen al vroeg in het seizoen onderin de Serie C2a, en dat is niet conform de verwachtingen. Het rijmt niet met de ambities die de club deze zomer op de transfermarkt toonde. De ene na de andere aankoop werd binnengehaald. Van linksback Daniel Bresciani tot de lange en kalende ervaren spits Roberto Barberis. Verder kwamen de talenten Domenico Bettini en Loreto Lo Bosco over van Torino en Andrea Ciolli van Juventus. Het bestuurslid wijt de valse start vooral aan blessures en rode kaarten in de eerste wedstrijden van het seizoen.

Oude foto's en tekeningen in de bestuurskamer 
Gemakshalve keert hij terug naar de geschiedenis en laat ons een foto zien van juichende spelers van Internazionale na het winnen van de finale om het landskampioenschap van 1910. Het verhaal is bijna even legendarisch als de winst van de zeven scudetti. In 1910 werd voor het eerst een nationale competitie met puntentelling gespeeld, die onbeslist eindigde omdat Internazionale en Pro Vercelli ieder vijfentwintig punten behaalden. Volgens de reglementen moest een finalewedstrijd tussen beide teams worden gespeeld en die werd op 24 april 1910 vastgesteld. Die datum kwam Pro Vercelli echter buitengewoon slecht uit omdat de basisspelers Giovanni Innocenti, Vincenzo Fresia en Felice Milano dezelfde dag een wedstrijd met het militaire elftal moesten spelen. Pro Vercelli diende daarom een verzoek in om de finale te verzetten, maar de Italiaanse voetbalbond en Inter gaven nul op het rekest. Uit protest trad Pro Vercelli in de finale aan met een veredeld jeugdelftal, dat voornamelijk bestond uit spelers in de leeftijd van tien tot vijftien jaar. Als gevolg van het krachtsverschil ging Pro Vercelli kansloos met 3-10 ten onder tegen Inter. De nederlaag kwam keihard aan en tot overmaat van ramp werd de club na afloop een boete opgelegd en tot het einde van het jaar geschorst vanwege het protest en onsportief gedrag. Het was een nederlaag die tot op de dag van vandaag pijn doet bij iedere oprechte Pro Vercelli-aanhanger.

“Het was het eerste kampioenschap van Inter”, zegt het bestuurslid zonder blikken of blozen en op een toon die enig genoegen verraadt. “Is de club wel in handen van de juiste mensen?“, vraag ik me af. Gelukkig biedt de volgende foto de kans op revanche. We zien op een ingelijste zwart-wit foto de start van een hardloopwedstrijd. Uiterst rechts is aanvoerder Giuseppe Milano duidelijk herkenbaar. Het lijkt erop dat ik het bestuurslid verras met mijn kennis van het verhaal over de handreiking van Inter om Pro Vercelli door middel van een onderlinge atletiekwedstrijd de kans te geven zich te revancheren voor de ongelukkig verloren voetbalfinale. Drie onderdelen stonden op het programma: de estafette en de 250 en 1.000 meter hardlopen. Onder aanvoering van Giuseppe Milano won Pro Vercelli twee van de drie onderdelen. Triomfantelijk kijk ik het bestuurslid aan.

Klassieke foto's en objecten in de bestuurskamer
Ondertussen zijn we bij een volgende foto aanbeland en het bestuurslid vertelt dat de club in het seizoen 1970-1971 op curieuze wijze promoveerde. Na in de reguliere competitie gelijk te zijn geëindigd met rivaal Biellese diende een dubbel treffen tussen beide clubs te beslissen wie zou promoveren. De eerste wedstrijd eindigde, voor maar liefst 35.000 toeschouwers in het Stadio Communale in Turijn, net als de return in een gelijkspel. De dubbele ontmoeting bleef daarmee onbeslist en dus werd het pleit beslecht met een munt worp, de zogenaamde monita. De toenmalige aanvoerder Bruno Rossi koos kop en het lot wees Pro Vercelli aan als de gelukkige winnaar. Op de foto zien we Rossi, met beide handen in de lucht, omhoog springen van vreugde, terwijl de scheidsrechter en de aanvoerder van Biellese naar het muntje op de grond staren.

We wandelen het gebouwtje weer uit en staan opeens naast de klassieke hoofdtribune. Daar worden we afgeleid door twee mannen. Ze blijken een lokale journalist en een oud-speler van de club te zijn, met overduidelijke goedkeuring werpen ze een blik op mijn replicashirt. De spanning is echter van hun gezichten af te lezen. Het is duidelijk dat het er deze week om gaat. De oud-speler bevestigt het vermoeden: “Er moet gewonnen worden van Valenzana.” 
“Hoe sterk is Valenzana?”, vraag ik nieuwsgierig. Ik weet weinig van de onbekende buurman. Volgens het bestuurslid is Valenzana geen echte club, want ze hebben geen enkele traditie. “De club is slechts een speeltje van een zeer rijke voorzitter die toevallig van voetbal houdt en afkomstig is uit Valenzana. Het is ongetwijfeld een prestigestrijd voor hem, maar niet voor ons. Tegen Valenzana zullen we het tij keren.”
“Hoever reiken de ambities van Pro Vercelli eigenlijk?”, vraag ik het bestuurslid.
“Momenteel gaat het goed met de club”, antwoordt hij. “Dit jaar is de ambitie om te promoveren. Onze voorzitter is een rijk man en wil veel met de club.”
”Denkt u dat we hem kunnen ontmoeten?”
“Heel misschien dat het kan, maar het is niet zeker of hij de wedstrijd zal bijwonen. De slechte resultaten van de laatste weken doen zijn gezondheid allesbehalve goed.”

Het bestuurslid moet zich vervolgens verontschuldigen en de oud-speler neemt het stokje van hem over. De man spreekt echter zo slecht Engels dat de verbale communicatie al snel stokt. Met veel moeite weet hij te vertellen dat hij in de jaren zestig enkele wedstrijden voor Pro Vercelli speelde. Tot zijn hoogtepunten behoorde een vriendschappelijk toernooi in Arnhem toen hij speelde tegen één van de tweelingbroers Van de Kerkhof, maar welke van de twee is hij vergeten.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen