zaterdag 8 maart 2014

Here Comes The King

Op zaterdagavond wachtte een ander hoogtepunt van deze reis naar Vercelli. We hadden een ontmoeting met Chris King, de Engelsman die in 2011 naar voren stapte als actieve Pro Vercelli-fan in het buitenland. Daar zijn er naast de ongeëvenaarde John Costa (een echte Vercellese woonachtig in de V.S.) en ik niet veel van. Chris heeft ook een tijdje een blog bijgehouden over Pro Vercelli en schreef twee prachtige Pro Vercelli-artikelen voor de website inbedwithmaradona.com. Ik beveel ze van harte aan, mocht u ze nog niet gelezen hebben. Naar aanleiding van zijn eerste artikel “The Mighty Lions Sleep No More” kwamen we via Internet met elkaar in contact. Afgelopen najaar spraken we af dit jaar te proberen om tegelijkertijd een wedstrijd in Vercelli te bezoeken.

Het is zijn tweede bezoek aan Vercelli, nadat hij in 2011 de play-off wedstrijd tegen Taranto (halve finale) in het Silvio Piola Stadion had bezocht. In de stromende regen stond hij zij aan zij met de Pro-tifosi de ploeg naar de overwinning te scanderen. “In mijn hele leven ben ik nog nooit zo doorweekt geweest”, zou hij er vanavond over zeggen. “Na afloop heb ik mijn kleren maar weggegooid.” Zijn eerste wedstrijd was meteen een legendarische overwinning (2-1). De mazzelaar! (Zeg ik, die tot op heden nog nooit het zoet van de overwinning in Vercelli heeft mogen proeven.) Dankzij twee goals van uitblinker Vinicio Espinal (de winnende diep in blessuretijd) positioneerde Pro Vercelli zich plotseling als favoriet voor het winnen van de play-offs, die uiteindelijk ook werden gewonnen waardoor Pro na 64 jaar weer mocht uitkomen in de Serie B.

Chris had al aangegeven dat hij pas zaterdagavond laat in Vercelli zou aankomen. Aangezien het Italiaanse openbaar vervoer niet altijd stipt is, ging ik er op voorhand van uit dat het wel eens heel laat zou kunnen worden. Tijd genoeg dus voor Wim en mij om uitgebreid te tafelen in restaurant La Vecchia Brenta. In Nebbiolo gedrenkte gnocchi met gorgonzolasaus, heerlijk bereid kalfsvlees en een mooie fles Barolo stonden op ons menu. Daarna vertrokken we naar de bar in ons hotel, voor Grappa toe. Tegen elven kwam er bericht van Chris, die net in Vercelli was gearriveerd. Op Facebook postte hij een mooie foto van het Piazza Cavour in het avondlicht met de magische Engelentoren op de achtergrond. De Grappa was van goede kwaliteit, dus hadden we nog voldoende geest om terug de stad in te gaan.

Voor Café Imperiale troffen we hem in gezelschap aan van de Pro Vercelli-tifosi Andrea, Alessio, Samuele, Riccardo en Luca (de eigenaar van de zaak). La Birra vloeide rijkelijk (zoals het plaatselijke en naar Pro Vercelli verwijzende La Bionda del Leone, a.k.a. Roarrr Beer, zie foto), en Luca bood er glaasjes Grappa bij aan. “Voor de buitenlanders”, zei hij erbij. “Want wij Italianen drinken dat spul niet.” Al snel was het een uitermate leuk en levendig samenzijn met Pro Vercelli, voetbal en sport als bindmiddel. Wim en ik verbaasden ons over de kennis die de Italianen hadden van de Nederlandse topsport. Sven Kramer, Bauke Mollema en Alfred Finnbogasson van Heerenveen waren hen absoluut niet onbekend. De Italianen luisterden op hun beurt geïnteresseerd naar de verhalen over mijn Pro Vercelli-avonturen. Vooral het verhaal hoe ik de voormalige Pro Vercelli-spits Simone Malatesta ooit in een interview uitdaagde een omhaal te maken in het Silvio Piola Stadion (een weekend later maakte hij er twee tegen de grote rivaal Casale) sprak tot de verbeelding. Malatesta ging na die wedstrijd, waarschijnlijk niet geheel toevallig, door het leven onder de bijnaam De Fietser en herhaalde het kunststukje vervolgens nog een aantal keer in dienst van Pro. Ondertussen breidde Chris zijn kennis uit van de essentiële schuttingtaal voor gebruik in Italiaanse voetbalstadions. Fanculo was het meest prominente woord dat ik langs hoorde komen. Andrea illustreerde het met de bijbehorende gebaren.

De Pro Vercelli-tifosi vertelden voorts wat een Pro Vercelli-speler maken of breken kan. Hard werken en modder op het shirt zijn de primaire vereisten. Over een speler als Pietro Iemmello waren ze dan ook niet echt te spreken. Volgens hen was hij nog nooit met een vuil shirt van het veld gestapt. Ik meende dat de talentvolle en recent teruggekeerde spits op wel wat meer krediet kon rekenen na zijn belangrijke treffer in de finale van de play-offs tegen Carpi (3-1) in 2012. Niets was echter minder waar. Ondertussen had ook een schone dame zich bij ons gevoegd, die zich zonder schroom als bewonderaarster van de huidige Pro Vercelli-spits Ettore Marchi profileerde. Ettorino, was de koosnaam die ze voor de clubtopscorer hanteerde. De tifosi waren het er over eens dat hij op dit moment de beste speler van Pro was. Zoals iedereen het eens was over het belang van de wedstrijd van morgen. Vooral de aanwezigheid van Chris werd daarom als een goed omen gezien – hij had de club immers al eens eerder op een cruciaal moment naar de overwinning geholpen. Uiteraard hoopte ik in zijn slipstream eindelijk ook eens een overwinning mee te mogen maken. Morgen moest het tegen de geduchte tegenstander Cremonese gebeuren. Ik had er alle vertrouwen in. Forsa Pro!

Het werd laat die avond. Het klikte met Chris en mede dankzij hem leerden we weer enkele nieuwe Vercellese vrienden kennen. We spraken af om elkaar de volgende dag voor de wedstrijd te treffen. Niet iedereen kon daar overigens bij zijn. Eén van de jongens had een lange dag werken in de rijstvelden voor de boeg. Rondom vijf uur ’s ochtends moest hij weer voor dag en dauw opstaan. Wedstrijdbezoek zat er voor hem helaas niet in. Het is het lot van meer Vercellese. Chris zei dat hij op zondagochtend graag met ons Vercelli nader wilde verkennen, maar zover zou het niet komen. De volgende dag sms’te hij rond het middaguur dat hij nog tot diep in de nacht had doorgezakt in zijn hotelbar. Zoals het een echte Engelsman betaamt.

We troffen The King pas vlak voor de wedstrijd weer.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen