maandag 26 september 2011

De bijzondere derde helft

Na de wedstrijd blijven we nog even achter op de Tribuna Centrale en zien hoe het Silvio Piola Stadion rap leegloopt. Uiteindelijk als we bijna de laatsten op de monumentale hoofdtribune zijn, besluiten we ook weg te gaan. Maar dan loop ik plotseling Stefano tegen het lijf. Hij is werkzaam in de communicatie van de club en één van mijn contacten via de elektronische kanalen die ons tegenwoordig ter beschikking staan. We hebben elkaar nog niet eerder in levende lijve ontmoet en schudden elkaar de hand. W. stelt zich ook voor aan Stefano. Bericht van onze komst blijkt hij helaas niet te hebben ontvangen, had hij het geweten dan had hij zeker graag een en ander voor ons georganiseerd. Ik vind het niet erg, het is vooral leuk hem nu spontaan tegen het lijf te lopen.

“Kom mee,” zegt Stefano. “Dan laat ik zien wat ik nu kan laten zien. Heb je de voorzitter al ontmoet?” Stefano leidt ons de tribune af naar lager gelegen gebied en daar treffen we Massimo Secondo en één van zijn secondanten. Na een korte introductie in het Italiaans door Stefano reikt Secondo mij hartelijk de hand. Oprecht verbaasd vraagt hij hoe een Nederlander er toe komt Pro Vercelli te supporteren. Ik vertel over mijn liefde voor Italië, geschiedenis en calcio en hoe dat alles voor mij samenkomt in Pro Vercelli. De uitleg wordt met warmte en begrip ontvangen. Ik wil vervolgens niet teveel beslag leggen op de kostbare tijd van de voorzitter en wens hem alle succes. Stefano knipt ondertussen nog een foto van ons beiden voor zijn website.

“Of we mee gaan naar de perskamer,” stelt Stefano voor. Dat willen we uiteraard wel. Lenig loodst hij ons langs de suppoosten en opeens bevinden we ons op de bovenetage van het bijgebouw in de hoek van de Oost-tribune tussen allerlei journalisten. De persruimte blijkt geheel vernieuwd te zijn en wordt vandaag voor het eerst in gebruik genomen. Stefano wijst twee stoelen aan waar we mogen plaatsnemen. Vanaf onze plekken slaan we de journalistieke bezigheden om ons heen gade.

Aan de centrale tafel voorin wordt een speler geïnterviewd, Stefano duikt er met zijn camera bovenop om het laatste nieuws mee te pakken. Aan de andere kant van de zaal staan camera’s opgesteld en worden interviews gehouden voor tv. De spelers staan voor grote plakkaten met sponsornamen. Het ziet er zeer professioneel uit. Eén van de spelers die wordt geïnterviewd is verdediger Francesco Battaglia. Hij vertelt dat het gelijkspel tegen Pisa een terechte uitslag is. “Achterin houden we het dicht, maar voorin kunnen we het lastig afmaken. Ik zie het als een gewonnen punt, ook al speelden we thuis en wil je dan het liefste winnen.” Hij geeft aan dat het hele team verantwoordelijk is voor het resultaat en wijst suggesties dat Braghin of de aanvallers het specifiek laten afweten van de hand.

Stefano wenkt naar ons en wijst naar algemeen directeur Giancarlo Romairone die de zaal komt binnengelopen. Of ik zometeen met hem op de foto zou willen. “Natuurlijk wel, dat is geen enkel probleem,“ antwoord ik. Even later sta ik zelf voor een groot Pro Vercelli-logo handen te schudden met een van de architecten van het huidige succes van de club. Romairone is de tweede man binnen de club en onder andere verantwoordelijk voor het transferbeleid. Hij is een mooie sierlijke man, met halflange glanzende donkere haren. Hij straalt van oor tot oor en heeft een schoonheidsvlek zoals die door Marilyn Monroe in de jaren ’50 werd geïntroduceerd onder filmsterren. Romairone blijkt ook allervriendelijkst en nodigt me uit een volgend bezoek aan Pro Vercelli bij hem aan te kondigen. Hij ontvangt me dan graag. “Hopelijk dan in de Serie B,” zeg ik hem. Mijn bravoure wordt door de algemeen directeur met een welgemeende glimlach beantwoord. Duidelijk een man die ook durft te dromen en denkt in mogelijkheden. We schudden elkaar nogmaals de hand en ik neem plaats op mijn stoel naast W., die zo aardig was de ontmoeting vast te leggen voor het nageslacht. Gelukkig geniet hij net als ik van de bijzondere derde helft.

Ondertussen heeft Simone Malatesta achter de centrale tafel plaatsgenomen. Ik bekijk hoe hij de vragen van flink wat journalisten beantwoordt. Allereerst geeft hij aan zeer te spreken te zijn over het enthousiasme van de Pro Vercelli-aanhang. Malatesta bevestigt dat Pro Vercelli weer de nodige kansen wist te creëren, maar dat het spel de laatste meters steeds stokt. “Maar als we kalm blijven komt het vanzelf goed,” vertelt De Bommenwerper. “Ikzelf ben gelukkig weer helemaal terug en voor nu tevreden,” voegt hij eraan toe. Het was de afgelopen maandenvoor hem dan ook hard werken om weer helemaal fit te worden.

Dan is het de beurt aan de trainers. Ze komen gelijktijdig de perszaal binnen. Maurizio Braghin draagt een rode polo, “Arie Ribbens” – W. ziet een sprekende gelijkenis tussen de bebaarde Pisa-trainer Pagliari en de Brabantse feestzanger – is in het blauw. Braghin neemt plaats achter de interviewtafel en “Arie Ribbens” zoekt achterin de zaal de camera’s op. Braghin vertelt gedeeltelijk tevreden te zijn met het resultaat. “Gezien het weinige fortuin dat de ploeg momenteel treft, was dit het maximale resultaat dat we vandaag konden boeken,” aldus de trainer. Daarna prijst hij zijn defensie: “We hebben weinig weggegeven.” En draait hij niet om de hete brij heen: “In voetbal gaat het om de details en we blijken niet in staat te zijn om de verlossende goal te maken. Daar straffen we onszelf mee.” Op de achtergrond spreekt “Arie Ribbens” woorden van gelijke strekking.

Na afloop van de persconferentie van Braghin besluiten we bescheiden te zijn en kondigen we ons vertrek aan. We danken Stefano zeer voor de introductie bij de club en ik beloof contact te houden. Op het dakterras richting uitgang houden we nog even halt en turen over het veld van het voetbalstadion. Het is prachtig zomers zondagnamiddagweer. In een hoek van het veld staan Secondo en Romairone na te praten. We zwaaien nog eens vriendelijk naar elkaar. Dan tikt de perschef ons op de schouders. Hij vraagt of we nog twee minuten willen wachten. Even later keert hij terug met een officiële clubvaandel in zijn hand en biedt het mij aan namens de club. Mijn passie voor de club wordt bijzonder op prijs gesteld, vertelt hij erbij. Ik neem het cadeau hartelijk in ontvangst. We turen nog eenmaal over het complex en zien in onze linkerooghoeken Braghin vluchtig wegbenen over de Via Massaua.

“Wat een warme familiaire club,” zegt W. bij het verlaten van het stadion. En zo is het. Buiten het stadion word ik aangehouden door een jongeman. Hij stelt zich moeizaam voor en wijst naar mijn klassieke Pro Vercelli-shirt. Ik begrijp niet wat hij wil zeggen. De communicatie stokt en de jongeman loopt weg. “Kennelijk vindt hij het een mooi shirt,” zegt W. En zo is het. Op een terrasje tegenover de monumentale hoofdingang met zuilen van het Silvio Piola Stadion zitten twee mannen van middelbare leeftijd in Pro Vercelli-fanshirts na te genieten van de wedstrijd. Tussen hen in is een pluche knuffelleeuw in karakteristiek wit shirt gepositioneerd. De liefde voor de club is alom aanwezig.

Het Piazza Cavour is ondertussen de favoriete plek van W. geworden. Net als gisteren eindigen we daar de middag. We proosten met prosecco op de mooie ervaring die we hebben beleefd. Het zonnetje schijnt en op het plein is rondom het witte beeld van Cavour een kleine manifestatie aan de gang met kraampjes. Het plein wordt vooral bevolkt door jonge gezinnen die aan de bijeenkomst deelnemen. Er zijn veel spelende kinderen op het plein. De sfeer is levendig, vrolijk en amicaal.

De volgende ochtend zitten we er voor vertrek naar Turijn nog een laatste keer koffie te drinken. De zon doet alweer gezellig mee en de sfeer is lekker laidback zoals dat op een maandag hoort te zijn. Twee gebruinde agenten stappen in hun gladde pakjes uit een snel ogende Alfa Romeo en stappen op twee jonge meiden af met wie ze vrolijk beginnen te kletsen. W. vraagt zich hardop af wat Pro Vercelli nou zo bijzonder maakt. Hij heeft genoten van de belevenis dit weekend. Hij pakt het aantekeningenboek en schrijft zijn ervaringen op:

Terwijl ik dit schrijf, zitten we onverwacht weer op het mooiste plekje van Vercelli: Piazza Cavour. Onze trein gaat pas over een uur, dus we besloten nog één keer dit serene plein te bezoeken. Een mooie inspirerende plek om te schrijven, zegt Gideon. En ik ben het wel met hem eens. Een prachtig decor. Vercelli is echt een leuk en charmant stadje. En dat geldt ook voor de voetbalclub. Gisteren beleefde ik in het stadion een soort déjà-vu. Dit was gewoon S.C. Heerenveen in de jaren ’80! Zelfde sfeer op de tribune, de oude fanatieke mannetjes, de staantribunes en het af en toe ergernis opwekkende voetbalspel. Toch echt een tikkeltje lager niveau dan we tegenwoordig in de eredivisie gewend zijn. Maar dit is dan ook de Prima Divisione. En daarom waren de bestuursleden ook zo benaderbaar hier. Ze hebben het nog niet hoog in de bol, maar zijn nog ambitieus en willen een succes maken van deze club met die rijke historie. Lekker kleinschalig nog, precies waarom ik destijds zo dol was op het Heerenveen in de Eerste Divisie. Pro Vercelli is een voetbalclub op z’n allerleukst!” 

In de trein terug naar Turijn sla ik mijn boek van Cesare Pavese open en laat middenin het Piemontese platteland gedachten afdwalen naar bijna honderd jaar terug. Over het huis en de heuvel, de mooie zomer, vriendinnen en de maan en het vuur. Over Pro Vercelli.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen