dinsdag 28 december 2010

Brazilië, de Eerste Wereldoorlog en de gebroeders Milano

Op 15 juli 1914 vertrok Pro Vercelli aan boord van het schip de Cordoba voor een bijzondere reis naar Brazilië. De kampioenen uit Vercelli hadden, aanvankelijk tegen de zin van de Italiaanse voetbalbond, een uitnodiging van de Braziliaanse voetbalbond geaccepteerd voor een tournee door het land. Pro Vercelli was dan ook de eerste Italiaanse ploeg die aan de andere kant van de oceaan wedstrijden ging spelen. Later die maand zou Torino als tweede team volgen.

Op 1 augustus 1914 zette Pro Vercelli voet aan wal in de haven van Rio de Janeiro. De eerste wedstrijd werd een dag na aankomst gespeeld in São Paolo waar de ploeg op 2 augustus per trein arriveerde. De Pro Vercelli-delegatieleider was de veelgeprezen aanvoerder Giuseppe Milano, de oudste van de vier gebroeders Milano die voor Pro Vercelli uitkwamen. Het team bestond verder uit de volgende spelers: Innocenti, Binaschi, Valle, Dalmazzo, Parodi, Ferraro, Carcano, Grillo, Rampini en Corna.

Pro Vercelli in Brazilië 1914
Omdat er weinig voorbereidingstijd was voor de eerste wedstrijd trad Pro Vercelli in de wedstrijd tegen Scotch Wanderes - de club van de Schotse kolonie daar - aan in het tenue van Clube Ypiranga. (Pro Vercelli zou in sommige wedstrijden daarna overigens aantreden in het tenue van het Italiaanse nationale elftal omdat het team uit zoveel internationals bestond.) Pro Vercelli won de wedstrijd met 1-0 en ’s avonds werden de spelers van beide elftallen en de overige Italiaanse delegatieleden getrakteerd op een banket in Hotel D'Oeste.

De dagen daarop volgden nog meer wedstrijden tegen Scotch Wanderes/Paulistano (1-5), São Bento/Ypiranga (2-2), Mackenzie/A.A.Palmeiras (1-1) en Seleçào de jogadores da APEA (1-2). Voor de komst naar São Paolo ontving Pro Vercelli de zgn. Brazilië Italië Cup. Het team mocht in São Paolo overigens menig eerbetoon in ontvangst nemen en nam deel aan vele feesten en partijen.

Het bezoek van Pro Vercelli (en Torino) aan Brazilië zette Italiaanse immigranten in São Paulo bovendien aan om een voetbalclub op te richten. Zo ontstond op 26 augustus 1914 de Socieda Esportiva Palestra Italia, tegenwoordig een zeer succesvolle en geliefde club in Brazilië die beter bekend is onder de naam Palmeiras. Op weg naar huis speelden de Witte Leeuwen in Rio de Janeiro ten slotte nog eens vier wedstrijden tegen twee Combinaties van Flamengo/Botafogo (4-1 en 1-1) en twee Selecties uit Rio de Janeiro (2-2 en 1-4).

Hoewel tijdens het verblijf van Pro Vercelli in Brazilië de Eerste Wereldoorlog was uitgebroken, ging de voetbalcompetitie na thuiskomst van de Witte Leeuwen gewoon weer van start – Italië zou immers pas in 1915 aan de oorlog deelnemen. In het seizoen 1914-1915 liep Pro Vercelli in de regionale kwalificatieronde op punten de kampioenscompetitie mis. Vlak daarna werd de competitie echter stilgelegd vanwege de Italiaanse deelname aan de Eerste Wereldoorlog.

Pro Vercelli veranderde in het seizoen 1915-1916 van naam toen de meeste selectiespelers in het leger dienden. ”US Vercellese” werd tweede in Groep 3 van de Coppa Federale met vier behaalde punten. Van 1916 tot 1919 werd de competitie definitief opgeschort vanwege de Grote Oorlog.

Eén van de Pro Vercelli-spelers die in die oorlog streed was Felice Milano. Hij diende als infanteriekorporaal en was de tweede van de vier gebroeders Milano. In het eerste kwart van de twintigste eeuw hadden de vier broers en aanzienlijk aandeel in de successen van Pro Vercelli. Ze staan eveneens symbool voor de roerige tijden in en rondom de Eerste Wereldoorlog.

Vader Giobanni Milano was politieagent van beroep en vanwege zijn werk verhuisde het gezin meerdere malen. Giuseppe werd bijvoorbeeld op 26 september 1887 in Revere Mantova geboren en Felice werd op 23 mei 1891 geboren in Valentano, waar het hooggerechtshof en de gevangenis gevestigd waren. Het was de tijd van de tragische klopjacht op Domenico Tiburzi - volgens sommigen de “Robin Hood van Maremma”; volgens anderen een moordlustige bandiet - die zich in de streek schuil hield.

Giuseppe en Felice speelden later beiden voor Pro Vercelli en vierden er samen grote successen voor het begin van de Eerste Wereldoorlog. Giuseppe deed dat tussen 1906 en 1915 in 110 wedstrijden (15 goals) als formidabel middenvelder en charismatisch aanvoerder van de ploeg, en combineerde dat van 1909 tot aan de Eerste Wereldoorlog met de rol van succesvol trainer. Hij was bovendien aanvoerder van de Italiaanse ploeg in alle elf interlands die hij speelde. Aanvaller Felice kwam van 1907 tot 1913 89 wedstrijden (35 goals) uit voor Pro Vercelli, speelde vijf interlands en daarna nog twee (weinig succesvolle) seizoenen voor Alessandria. De broers werden door het publiek doorgaans Milano I (Giuseppe) en Milano II (Felice) genoemd.

Ze waren de eerste broers die samenspeelden in de Squadra Azzurri. Dat deden zij in drie interlands: Op 17 maart 1912 in Turijn tegen Frankrijk, op 1 mei 1913 in Turijn tegen België en op 15 juni 1913 in Wenen tegen Oostenrijk. Bij die drie gelegenheden zou het jammer genoeg blijven, want de Eerste Wereldoorlog maakte een bruut einde aan dit voetbalsprookje van de familie Milano. Op 15 februari 1916 meldde het magazine Sport Illustrato dat Felice Milano in november 1915 heldhaftig was gesneuveld op de linkeroever van de rivier Isonzo in Zagora (Slovenië). Bij het bericht was een foto geplaatst van de dode voetballer in uniform.

Indirect werd deze gebeurtenis ook de derde Milano-broer noodlottig. Aldo Milano (III) werd namelijk ruim vijf jaar later slachtoffer van de zogenaamde ‘strijd der herdenkingsstenen’, die draaide om door de gemeente geplaatste herdenkingsstenen ter herinnering aan de gesneuvelde soldaten in de Eerste Wereldoorlog. Het communistische gemeentebestuur misbruikte de herdenkingsstenen ter meerdere eer en glorie van de eigen ideologie en daarom kwamen de veteranen in opstand.

Het ergste incident in deze strijd vond plaats bij een schoolgebouw waar de gemeente een dergelijke herdenkingssteen had laten plaatsen met daarop de tekst dat de soldaten als gevolg van het oprukkende kapitalisme en in de geest van de proletarische revolutie waren gestorven. Opstandige jongeren kondigden acties aan indien de gemeente geen gehoor zou geven aan hun oproep om deze misplaatste tekst te verwijderen, maar het gemeentebestuur negeerde de oproep en liet de school bewaken door twee gewapende veldwachters.

In de nacht van zaterdag 8 januari 1921 verscheen een groep jongelui bij de school. Op het moment dat zij de herdenkingssteen naderden, sprong één van de veldwachters plotseling tevoorschijn en schoot zonder pardon één van de jongeren van dichtbij neer. Het slachtoffer was Aldo Milano, die nog diezelfde avond in het ziekenhuis van Vercelli stierf aan de gevolgen van zijn schotwonden. Het wrange was dat hij enkel naar de herdenkingssteen was gekomen om de herinnering aan zijn omgekomen broer Felice levend te houden. Een door Aldo en zijn kompanen meegebrachte en achtergebleven bloemenkrans op de stoep van de school herinnerde aan het trieste incident.

Het incident wakkerde het vuur aan in de politieke strijd tussen communisten en fascisten. De fascisten in Vercelli grepen de gebeurtenis aan om Aldo uit te roepen tot hun eerste martelaar en hoopten daarmee het broodnodige morele prestige te winnen. Omdat Aldo’s familie uit gerenommeerde voetballers en veel oud-militairen bestond, kon hij als voorbeeldig uithangbord voor de beweging dienen. Opeens werd Aldo’s naam misbruikt ter meerdere eer en glorie van het fascisme. Er werd door de fascisten zelfs een straat in het centrum van Vercelli naar hem vernoemd, terwijl zijn eigen idealen juist zo ver hadden afgestaan van de fascistische ideologie. (De ironie wil namelijk dat later bleek dat Aldo een toegewijd lid was van de vrijmetselarij, die juist door de fascisten werd verafschuwd en vervolgd.)

Het liet gelukkig onverlet dat Aldo een zeer geliefde persoon en populaire voetballer was en daarom overheerste na zijn overlijden diepe rouw in de stad. Op een koude zondagmiddag eerder die maand was Aldo nog één van de doelpuntenmakers geweest in de 4-0 overwinning die Pro Vercelli op Amatori Torino had geboekt. Het bleek zijn laatste goal te zijn geweest in het shirt van Pro Vercelli. De eerstvolgende competitiewedstrijd na zijn overlijden werd vanzelfsprekend uitgesteld.

De tragische gebeurtenissen ten spijt bleven de Milano’s een stevige band houden met het Italiaanse voetbal en de Witte Leeuwen in het bijzonder. Giuseppe schopte het in het seizoen 1920-1921 tot bondscoach van Italië en was in de seizoenen 1924-1925, 1925-1926 en 1935-1936 nog drie periodes trainer van Pro Vercelli. Vader Giobanni en moeder Antonietta hadden bovendien nog een vierde zoon gekregen: Remigio (Milano IV). Deze jongste telg uit de familie speelde van 1920 tot 1927 voor de club en maakte deel uit van de selectie die de competitie na het overlijden van Aldo hervatte. Aan het einde van dat seizoen werd de zesde scudetto in de clubgeschiedenis gewonnen en uiteraard opgedragen aan Aldo Milano. Een jaar later won Milano IV met Pro Vercelli de zevende en laatste scudetto in de clubhistorie.

Bronnen:
http://www.valentano.org/felicemilano.htm
http://provercelli.homestead.com/Palmeiras.html
http://www.webalice.it/r_ordano/ALDO%20MILANO.htm

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen